inspiratie

Deze week is ‘de week tegen de eenzaamheid’. De titel is al erg genoeg, want wat kun je in één week tegen eenzaamheid doen? Het er niet over hebben en wachten tot de week voorbij is?

 

Trouw.nl

Eenzaamheid treft veel Nederlanders

Dertig procent van alle Nederlanders van negentien jaar en ouder zegt zich soms eenzaam te voelen. Acht procent geeft aan zeer eenzaam te zijn. De mate waarin men verklaart eenzaam te zijn blijft met het verstrijken van de jaren redelijk stabiel, maar neemt snel toe na de zeventig.

Dat blijkt uit een analyse die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vandaag, bij het begin van de Week tegen de Eenzaamheid, presenteert. De analyse is gemaakt op basis van cijfers die de GGD in 2012 verzamelde onder 370.000 Nederlanders.

Voor de groep pensioengerechtigden geldt dat bijna negen procent zeer eenzaam is. Op een totale groep van 2,9 miljoen Nederlanders zijn dat 248.000 ouderen.

Dat een aanzienlijk deel van de Nederlanders zich in meer of mindere mate eenzaam voelt was bekend. Uit talloze onderzoeken bleek de afgelopen jaren dat deze groep zo’n twintig tot vijftig procent van de Nederlanders uitmaakt. Maar het aantal ondervraagde Nederlanders was altijd klein. Zo deed TNS Nipo de afgelopen jaren onderzoek onder zo’n duizend Nederlanders. In 2011 bleek daaruit dat vijftig procent van de Nederlanders niet veel mensen hebben om werkelijk op te kunnen vertrouwen.

Tot zover Trouw en die laatste zin hierboven vind ik werkelijk schokkend. De helft van de mensen heeft weinig mensen op wie ze durven rekenen! Het volledige artikel staat op Trouw Online. Wat mij betreft doen we hier iets aan, want het is niet nodig. We zijn in Nederland doorgeschoten in de individualisering en dat is op te lossen door gewoon weer een beetje bij elkaar te gaan wonen en wat aandacht aan elkaar te besteden. Eenzaamheid komt voor in alle leeftijdsgroepen, in alle culturen, bij mannen en vrouwen, bij jong en oud, bij arm en rijk.

Je hoeft niet alleen te wonen of alleen te zijn om je eenzaam te voelen. Eenzaamheid is in een groep soms nog scherper voelbaar dan in je eentje. Van belang is te weten dat er iemand is bij wie je terecht kunt, je hart luchten, je krom lachen, even stil mag  zijn, een vraag stellen, een antwoord krijgen, een antwoord geven, gedachten delen, je zorgen uitspreken, je blijdschap delen, rouwen, iets vieren en het leven delen. Voor sommige mensen duurt het net iets te lang en weten zij zelf geen weg meer naar het delen en samenzijn. En daarom wil ik dat We Love to Live Here zo snel mogelijk van de grond komt. Ik weet zeker dat het gaat lukken en het duurt niet lang meer. Als we eenmaal dat pand hebben …

Griekse familie

Deze zomer was ik (weer) in Griekenland, waar het nog vanzelfsprekend is dat je samen met je familie woont en/of een onderneming runt. Natuurlijk wil niet iedereen dat en ook in Zuid Europa moet men daar steeds meer rekening mee houden. Al op jonge leeftijd koos ik ervoor op afstand van mijn familie te gaan wonen. Ik heb in die periode ook veel gereisd en ben sinds mijn 18e veel en vaak in Griekenland geweest, waar ik me thuis voel.

SAM_2738lol2Toen ik moeder werd ben ik weer dichter bij mijn familie gaan wonen. Mijn kind heeft een sterke band met haar Hollandse familie en bezoekt geregeld haar Griekse familie. Onze kinderen waren (net als wij zelf) veel bij oma en bij elkaar. Nu reisden mijn dochter, mijn moeder, mijn zus, mijn zwager, mijn neef, zijn vriendin, mijn nicht en ik samen naar de Griekse familie op dat mooie Ionische eiland. Eindelijk een keer met z’n allen.

Ons favo restaurant dit jaar is een familierestaurant aan zee. Grootvader beheert de parasols, waterfietsen en kano’s op het strand. En als hij zin heeft neemt hij je mee om schildpadden te kijken. Ik schat hem rond de 75, maar hij heeft de kuiten van een jonge god, omdat hij de hele dag door het zand banjert. Ik begreep zijn regels niet altijd en ging eens met hem in debat. We hielden dat allebei aardig vol en hij moest erom lachen. Later kwam hij naar me toe en zei: ‘Je kan goed praten, je zou de politiek in moeten’.

Ik trof hem een keer ‘s avonds, voor het restaurant. Hij is daar, zo lijkt het, dag en nacht. Als je bij deze Big Brother in de smaak valt is je parasol ‘all inclusive’ en betaal je er per dag minder voor. Toen hij had gezien dat we voor mijn moeder een taxi lieten komen, omdat het lopen wat zwaar was met de hitte, bracht hij haar de volgende dag van het strand naar huis. Hij vertelde mij over zijn kinderen en kleinkinderen. Hij heeft vijf kinderen; drie zonen in en om het restaurant, één dochter heeft een hotel verderop en een andere een winkeltje. Hij had goed opgelet en wist wie van en met wie was in onze familie. Hij vroeg me van alles en nog wat. Ja ja, het is er moeilijk en er is crisis en er zijn te veel Albanezen en Afrikanen, die hun ellende ontvluchten. Maar de zingevingsvraag is hier niet aan de orde.

Toen ik opstond om aan tafel te gaan bij mijn familie, parkeerde hij mijn fiets in zijn tuin en zei dat ik pas moest trouwen als ik een hele goede man vond. En anders: niet doen! Vervolgens gaf hij de ober opdracht alle drankjes die avond op zijn rekening te zetten. En zijn zoon deed aan het eind van de avond ook weer wat van de rekening af. Natuurlijk mochten we niet weg na het afrekenen, maar moesten nog even zitten voor fruit en een extra drankje.

Voor Grieken is het vrij normaal, maar wij Nederlanders reizen niet vaak in zo’n intergenerationeel gezelschap. Ik weet dat het Griekse leven niet altijd zo romantisch is als het lijkt, maar toch heeft die samenleving en de betrokkenheid bij elkaar mij geïnspireerd tot mijn huidige plannen. Het heeft mij meer dan eens ontroerd te zien hoe jongeren zorgen voor oudere buren, grootouders, etc. en vice versa. Daar zijn geen vergaderingen, projectplannen of professionele instellingen voor nodig. Als oma naar de kerk wil dan ga je mee en helpt haar de trappen op. Over trappen gesproken; die eilanden hebben weinig rechte wegen en onmogelijke stoephoogten, maar je ziet er geen rollator of scootmobiel. Er is minder schaamte om hulp te vragen en het is  vanzelfsprekend dat je een oudere een hand geeft of je arm aanbiedt.

Op mysterieuze wijze brengt mijn familie mij wederom inspiratie en een gevoel van urgentie m.b.t. het realiseren van de andere woonvoorziening. Op 4 maart is mijn neef Tonny overleden. Donderdag j.l. namen mijn moeder en ik afscheid van hem, samen met bewoners en begeleiders van Woodstock. Ik sprak tijdens de uitvaart over mijn neef en onze kinderjaren. Ik vertelde hoe lief hij (ons) was en ook hoe moeilijk soms. Na de uitvaart dronken wij op Woodstock koffie en deelden herinneringen met de mensen, die hij de laatste jaren om zich heen had. Wij lieten foto’s zien van Tonny als kleuter en zij gaven ons foto’s van zijn laatste jaren. Naast dit voor mij zo persoonlijke verhaal, waarin ik verdriet voelde over gemiste kansen, oordelen en een dierbare neef (een einzelgänger met het hart op de juiste plek) werd ik geraakt door deze bijzondere omgeving. Woodstock is een bejaardenhuis  voor verslaafden in de Haagse binnenstad, waar Tonny te midden van gelijkgestemden zijn thuis vond.

Tonny stralend op fietsjeLiefde

De muziek die Tonny voor zijn afscheid gekozen had knalde erin, letterlijk en figuurlijk. Het bracht me terug in de tijd en bij hem: A Whole Lotta Love van Led Zeppelin, een schreeuw om liefde (te geven). You can get it all! Er werd mee gezongen, woorden, tranen en meer muziek: Man of the world van Fleetwood Mac.

De junkies in onze binnenstad zijn misschien geen lieverdjes, maar in Woodstock is de liefde voelbaar. Ik werd met aandacht en zachte handen gecondoleerd door zijn medebewoners, die hun droefheid over dit verlies met mij deelden. Ook zag ik liefde en begrip bij de werkers voor de bewoners, die maakt dat mensen, die jaren op straat gezworven hebben, zich hier thuis voelen. Niemand dwingt hen nog om af te kicken. Ze hebben een eigen (slaap)plek, een ritme, maaltijden en zelfs werk. Een begeleider zei: “Wij zijn allemaal gelijk, soms kom je net aan de goede kant van de streep terecht, soms aan de verkeerde kant. Dat is het enige verschil.”

Verslaafd

En ik zei tijdens de uitvaartdienst: “In onze familie en in onze cultuur is veel verslaving. Drinken, eten, snoepen en roken op een feestje noemen we gezellig. We zijn heavy users van suiker, alcohol, valium, nicotine, insuline en dat vinden we normaal. Tonny gebruikte harddrugs en daar vinden we wat van. Begrijpelijk, vanwege het lastige gedrag van een verslaafde, maar zijn wij zelf zo leuk dan?”

Drank maakt meer kapot dan je lief is. Ons eigen oordeel over anderen maakt ook kapot wat ons lief is. Als ik zie hoe liefdevol in Woodstock medicatie, maar ook methadon, biertjes, borreltjes en sigaretten worden uitgedeeld, geniet ik. We kennen toch allemaal het verlangen naar afleiding, ontspanning en genotmiddelen? Hier zie ik de acceptatie van verslaafde en verslaving, zonder veroordeling. Petje af.

Het fysieke lichaam van een junkie is op jonge leeftijd versleten. Mijn neef is 58 geworden. Zijn lichaam was op en ziek, maar hij was veilig en verzorgd in Woodstock.

We Love to Live Here  zal een thuis zijn voor, zoals gezegd, vogels van diverse pluimage. Niet dat ik mij richt op de doelgroep van Woodstock, maar de acceptatie van mensen met een geschiedenis, die ik hier zag, doet goed. Niemand is perfect en gun elkaar een waardige oude dag. Als we steeds bereid zijn naar onszelf te kijken en minder naar anderen te wijzen, kunnen we heel ver komen.

In de Volkskrant verscheen een artikel over Woodstock. Nova besteedde er aandacht aan evenals ‘Altijd wat’ van de NCRV. De moeite waard om te bekijken.